Minderjarige wil nalatenschap verwerpen

Printvriendelijke versie

Misschien heeft u het wel eens gehoord: in Nederland hoeft niemand schulden te erven. Krijgt u een erfenis en weet u zeker dat de erfenis negatief is? Of wilt u de hele rompslomp met de afwikkeling van een erfenis of schuldeisers niet? Dan is het mogelijk om de erfenis te verwerpen.

Om te kunnen verwerpen mag u zich nog niet als erfgenaam gedragen hebben. Krijgt u het bericht over een erfenis en wilt u verwerpen? Houdt uzelf afzijdig ten aanzien van de erfenis en blijf overal van af, om te voorkomen dat u achteraf door schuldeisers aansprakelijk wordt gesteld. U kunt de verwerping bij de griffie van de rechtbank of via de notaris regelen. Heeft u kinderen en kleinkinderen laat u dan eerst goed voorlichten. Als u verwerpt, erven zij namelijk in uw plaats.

Wilt u niet direct verwerpen maar eerst uitzoeken of de erfenis misschien positief is, en daarbij niet zelf aansprakelijk worden als de erfenis toch negatief blijkt te zijn? Dan is er nog een andere mogelijkheid, namelijk de zogenaamde beneficiaire aanvaarding. Dit kunt u – net als de verwerping - bij de notaris of de griffie van de rechtbank regelen. Accepteert u de erfenis hoe dan ook, dan kunt u via de notaris een zuivere aanvaarding laten verzorgen.

Voor minderjarige kinderen ligt het iets anders. Om te voorkomen dat een minderjarig kind in de problemen komt door een erfenis, zijn er in de wet beschermingsmaatregelen opgenomen. De wettelijk vertegenwoordiger, meestal de ouder, kan kiezen tussen verwerpen en beneficiair aanvaarden. Let op! Als u als ouder een erfenis namens uw kind wil verwerpen dan moet u daar binnen 3 maanden na overlijden een verzoek voor indienen bij de kantonrechter. Laat u die termijn verlopen dan wordt uw kind nog wel beschermd door de beneficiaire aanvaarding die dan automatisch intreedt, maar dan moet wel de hele nalatenschap afgewikkeld worden.

Heeft u hulp nodig bij een erfenis voor een minderjarige, neem dan tijdig contact op met ons kantoor.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2020, nr 200.266.832 (ECLI:NL:GHARL:2020:2840).