Eerste Kamer nog niet akkoord met UBO-register

Printvriendelijke versie

De Eerste Kamer heeft de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat zorgt voor de oprichting van het UBO-register uitgesteld. De Kamer heeft op 12 maart de Raad van State om advies gevraagd, over de verplichte registratie van UBO’s van kerkgenootschappen. Na beantwoording door de RvS zal de behandeling van het wetsvoorstel worden voortgezet.

Advies Raad van State
Hoewel de implementatie van het UBO-register op grond van de EU-antiwitwasrichtlijn uiterlijk op 10 januari 2020 had moeten zijn gerealiseerd, heeft de Eerste Kamer de parlementaire behandeling van het UBO-register voorlopig opgeschort.
De vertraging wordt veroorzaakt doordat de Eerste Kamer op 12 maart 2020 nader advies heeft gevraagd aan de Raad van State. De Eerste Kamer wil weten of de registratie van de UBO’s van kerkgenootschappen strijdigheid oplevert met (onder andere) de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Godsdienst en levensovertuiging worden daarin als een bijzonder persoonsgegeven gezien, waarvan de registratie in beginsel is verboden.
Het is niet bekend hoeveel tijd de Raad van State nodig heeft voor het uitbrengen van een advies.

Onderzoek naar ruimere toegang Wwft-instellingen tot UBO-register
Minister Hoekstra van Financiën onderzoekt nog of Wwft-instellingen, zoals notarissen, ruimere toegang tot het UBO-register kunnen krijgen. Dat blijkt uit zijn antwoorden op vragen van de Eerste Kamercommissie voor Financiën over de wetsvoorstellen.
In het UBO-register worden van juridische entiteiten als vennootschappen en stichtingen de ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ultimate beneficial owners, UBO’s) vastgelegd. Wwft-instellingen krijgen beperkt toegang tot de gegevens in het UBO-register. Alleen de openbare gegevens naam, geboortemaand, geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het economische belang zijn door hen in te zien.
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft advies uitgebracht over toegang van Wwft-instellingen tot de aanvullende gegevens in het UBO-register. Op dit moment wordt gekeken in hoeverre tegemoet kan worden gekomen aan de opmerkingen van de AP over deze ruimere toegang. Vervolgens wordt afgewogen of er wetgeving voor deze toegang komt.

Vervolg
Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel hebben registratieplichtigen achttien maanden de tijd om bij de Kamer van Koophandel opgave te doen van hun UBO-informatie. Registratieplichtigen dienen bij de eerste inschrijving opgave te doen van de UBO’s die op dat moment kwalificeren als UBO. Het is niet nodig om te registreren wie de UBO’s waren tussen het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel en de eerste inschrijving. Wanneer zich na de eerste inschrijving een wijziging voordoet, dient daarvan per omgaande opgave te worden gedaan. Deze wijzigingen worden wel vastgelegd in het UBO-register. Voor nieuw opgerichte registratieplichtigen vindt de opgave van UBO-informatie gelijktijdig plaats met inschrijving in het handelsregister en is registratie van de UBO’s een voorwaarde voor het verstrekken van een KvK-nummer.

Bron: KNB, EersteKamer.nl en OpMaat 17 maart 2020, 2020/0105.